want het kind in ons loopt het huis niet in, het kind in ons loopt het huis

want het kind in ons speelt niet buiten, het kind in ons is buiten zon, brand, Geitenkamp

want het kind in ons spreekt geen hele zinnen, het hakkelt, stamelt, denkt kikkers en vissen na

want het kind in ons huilt niet, het hangt zich vol met regendruppels

want het kind in ons is niet gevallen, het is aangevallen door donder, bliksem, ridder Jan

want het kind in ons heeft geen vriendjes, het is doodstil rondom 'm, hij loopt lekker ondersteboven

Drie artikelen in de Groene Amsterdammer van 25 november 2010 over kunst. Eerst een gesprek met Fuchs en van Os. Vervolgens een voorpublicatie uit de 'Ja-sprong: Naar een nieuwe vitaliteit in de kunst' van Anna Tilroe en dan een gesprek met Guus Beumer.Hij mag de inzending naar de Biennale van Venetie  2011 samenstellen. De opvallendste opmerkingen staan in het gesprek met Beumer. Hij vindt dat een echte kunstenaar, hij noemt Barbara Visser, bij alles wat hij of zij doet moet beginnen met de vraag : Wie ben ik ? en Wat ben ik dan voor kunstenaar? Daarna noemt hij Joke Robaart.

Een van de thema's waar Oosterhoff zich regelmatig  mee bezighoudt is het probleem van de waarneming. In zijn recensie in de Volkskrant van 22 februari 2008 noteert Gerbrandy o.a. het volgende."Wat er is kunnen we slechts kennen doordat we het waarnemen, maar wanneer we iets waarnemen kunnen we nooit met zekerheid vaststellen dat het er echt is, onafhankelijk van onze waarneming. Aangenomen dat de wereld bestaat, zullen we nooit weten hoe ze er in werkelijkheid uitziet.

Een hele mooie tekst van deze grote dichter.

Het mos 1

 

Brieven, mosgroen gekregen,

zwart geschreven, in regens

gelezen, zo wandelt en rust

zo spreekt en zwijgt het mos.

 

En als je het mos zou lezen

zijn fijne schrift, helder en los,

als je het mos zou begrijpen, dan

zou je lezen: Ik ben het mos.

                  ooit

                       ooit op een dag

           zal papa

                       zal mijn vader

       op een dag

"Dat is merkwaardig omdat ik niet kan zeggen wie ik ben. Dat wil zeggen, ik weet het wel, maar ik kan het niet zeggen, omdat op het moment dat ik probeer te spreken ik niet uitdruk wat ik voel en bovendien wat ik voel langzaam verandert in wat ik zeg. Of althans wat mij tot handelen aanzet is niet wat ik voel maar wat ik zeg." Vogelaar citeert hier Clarice Lispector in zijn boek 'Striptease van een ui'. Hier verwoordt Lispector een van de belangrijkste thema's in haar werk; hoe de kloof tussen woorden en gevoelens te dichten.

Op zoek naar een tentoonstelling

Finnegans wake. Wat een boek.Joyce lezen, zeker dit boek,  en je gaat denkvoelen. Het is een pletterplaat van letters en woorden. Ik citeer van een paar bladzijden; het wordt een stotterende hand tekst van het plaggie-eten. Here comes everybody.

Deze jongen speelt een stomme

elk woord een verbanning

de werkelijkheid van een onoplosbare staartdeling

kijken kost handen

hoofd maakt scheef

scheef maakt hoofd lief

dat hij omloopt waar vuur is

niet doen wel deden daden

voor straf kijk je het uitzicht af

duizend maal overkijken

heimwee is straf

heimwee naar het zien

is het grondsop waard

gilling

Maandag 8 uur,  28 juli  2008  Laagwaalderweg.Aan het droogrek hangen buiten minstens 24 kleurige sjaaltjes van jou te wapperen en met een door de wind en zon gewijde zekerheid spreken ze over moed en overleven. Jij wint.

Syndicate content