Plicht van de kunstenaar

Het volgende stukje komt uit het essay van Stefan Hertmans 'Esthetica als serviceclub' en gaat over engagement in de kunsten.Het is de laatste alinea van het essay en ik heb het al eerder vermeld ergens op dit weblog. Toch nog een keer; overschrijven helpt het denken.

'Een biootje' (4-6-2012)

Herlezen; Kees 't Hart en Arjen Duinker

En zien dat  een recensie van Arnold Heumakers in de NRC van vrijdag 20 september 2002 over het boek van Kees 't Hart 'De ziekte van de bewondering'  op dezelfde bladzijde staat als de recensie van  Arie van den Berg over de gedichtenbundel van Arjen Duinker 'Misschien vier vergelijkingen'. Midden in de recensie van Heumakers staat in een apart blokje een citaat uit het boek van 't Hart dat precies de kern van de poëzie van Duinker raakt. Is dit toeval? Ik citeer;

Oefenzinnen

Oefenzinnen;kopieën van zinnen om de verzameling uit breiden; verdwijnpunt van het verhaal en de beschrijving.

'Het zeer precieze benoemen van de dingen voegt niet noodzakelijk iets toe aan het werkelijkheidsgehalte van het gedicht en werkt vaak zelfs storend. Dat werkelijkheidsgehalte hangt veel meer af van de wijze waarop woorden en begrippen door hun klanken en betekenissen ritmisch op elkaar inspelen.' (Nolens)

Losse aantekeningen

Bij sommige mensen is de dag losser om hen heen gezet dan bij anderen.

 

Pas als ik de twaalf talen van de dagelijkse gewoonte heb gesmolten, krijg ik een eerste zin zonder god of grammatica ertussen.

 

Ik val van de dag af, denk ik even; schrijf ik even is beter want ik verbeeld het me.

 

Ik val de dag ook vaak af, zeker als hij zo strak om me heen zit en er geen grapje of uitverkoop af kan.

 

Elk woord een sleg

Elk woord een sleg, elke letter een slei, elk woord een slagel.

Elk woord een slegel, elke letter een slei, elk woord een slegge.

Op een rij wordt dat een glint. Tartuffe is de taalwreker

huichelt losse letters, huid betreffend geen benul.

Leeft als een dolman, zie 'k zo, het mondje is zo lekker

rond roos, hedendaags roos alledaags rood is een zuiger

porieman, cantekop, star, stijf, loslippig als een preekstoel.

Pint alles vast, pent en glint elke zin tot een vreter, de wreker.

 

Kustwijzer; over het verlangen van de kust.

Een lijstje

 

Ik ben het zigzagkind

Ik ben de vluchtheuvel van de trekvogelsnelweg

Ik ben de calligraaf van de trekvogels

Ik ben de zandbak van de stilzitter

Ik ben de adviseur van lopende zaken eb en vloed

Ik ben de zijdeur van het dagelijkse leven

Ik ben de aankomsthal van het grofvuil

Ik ben de oudoom van de zee

Ik ben het uitzicht naar de zonsondergang

Ik ben het podium voor de zeemarkt van Su Chi

Ik ben De Prins van de Weidse Deugd

's Nachts komen de vossen

Nooteboom; bladzijde 73; Wat een zinnen. Daar heb je wat aan. Dit komt uit het verhaal ' Heinz' .

Matsiers over Mutsaers in 'Het literaire klimaat 86 - 92'

'Ze kan schitterend citeren.'

'Ik ken in de verste verte niemand die  zo citeren kan.'

'Elk essay lijkt wel weer een nieuwe verzamelplaats van notities waarmee gejongleerd wordt; op de manier waarop je de bricoleur voornoemd met de toevallig voorhanden materialen aan het werk krijgt.'

'Wat C. M. in een niet zo'n omvangrijk essay overhoop haalt, is veel; maar zonder gewichtigheid. En zonder ooit langer dan heel even discursief te denken, zo lijkt het.'

Insula Dei

'Dezelfde opvoeding die je kwaad heeft gedaan, reikt je hopelijk de middelen aan om het kwaad gedeeltelijk ongedaan te maken. Dat kwaad is bijvoorbeeld de seksuele moraal van de katholieken die jou je lichaam hebben afgepakt, zijn handelingen hebben voorgeschreven, gecodeerd, zodat je jezelf met een zekere pudeur benadert, bekijkt, behandelt - alsof je lichaam niet van jou zou zijn.' Nolens in 'Blijvend vertrek'.

Verder in het kinderboek.

Toen heb ik me in verbinding gesteld met de oceaan.

'U heeft van de indeling gehoord?', zei ik.

Syndicate content