'Esthetiek van de media'( vervolg)

' In de quick-motion en close-up  worden de nieuwe machines filmtechnisch productief gemaakt doordat ze de positie qua tijd en ruimte  van de beschouwer ten opzichte van de wereld 'anti-fysisch' veranderen, transformeren ze het bestaande in een serie van shocks.De film ontwikkelt dus vormen van waarneming die in de moderne machine voorgevormd zijn. Hij zorgt dus voor een verdieping van de waarneming, en niet voor een interpretatie van het waargenomene, die zich op een 'zin' zou richten. Met de shock van zijn overvloed van beelden komt de film aan en nijpende behoefte van de moderne tijd tegemoet - in de discontinuïteiten breekt immers ook de krant het continue lezen open, net als het verkeer van de grote stad dat met de  'natuurlijke'  menselijke bewegingen doet. De wereld van de moderne machines maakt het sensorium geschikt voor de film. Waar echter de vijf zintuigen getraind worden, draagt de optiek haar prioriteit aan de tactiliteit over. Zo leert men in de bioscoop om discontinuïteiten in een toestand van verstrooiing op te nemen. Recipiëren betekent nu: shocks tot routine maken. De distantie van de door het perspectief bepaalde houding  ten opzichte van de wereld  wijkt voor de zakelijke nabijheid.  En daarmee is voor de kritiek het laatste uur geslagen. Want kritiek veronderstelt perspectief en juiste afstand. De ciriticus kon nog een standpunt innemen en genoot van de onbevangenheid van de vrije beschouwing. Dat alles bestaat in de context van de 'filmwerkelijkheid' niet meer. Benjamin heeft alleen nog hoon over voor de 'narren, die het verval van de kritiek beklagen'. In plaats van het inzicht en het kritische bewustzijn treden tactiliteit en nabijheid. Benjamin beschouwt de bioscoop als de plek waar zich de reeds door Nietzsche bij Wagners 'Gesamtkunstwerk' bezworen hergeboorte van de 'esthetische toeschouwer' voltrekt; deze maakt de criticus overbodig.Want de film is niet zoals het burgerlijke kunstwerk voorwerp van een theoretische beoordeling, maar een instrument van een praktische oefening. Benjamins esthetische toeschouwer test. Sinds de nieuwe media en technologieën  bezit hebben genomen van de werkelijkheid, moet men hun apparaten 'innerveren', om de wereld te zien. Daarom is het wereldbeeld van de bioscoop handzaam en operatief; doordat de camera de beeldenwereld verbrokkelt, wordt hun schijn bruikbaar. In deze beelden kan men niet meer wegzinken - ze sluiten innerlijkheid uit'. ( blz.125-126)