'Esthetiek van de media' (slot)

'Zijn lichaam en gedrag worden immers door het camerateam aan een hele reeks 'geschiktheidstests' onderworpen. En voor het grote publiek laat de acteur nu zien, hoe men zijn menselijkheid  juist dankzij totale zelfvervreemding 'in het aangezicht van de apparatuur' kan behouden. Zo opent de film voor Benjamin  het perspectief van een wedergeboorte van de menselijkheid uit de totale zelfvervreemding van de zelfweergave voor de apparatuur en de massa.  Voor alle nieuwe media is het kenmerkend dat ze de zelfvervreemding  van de mens voor de apparaten een productief karakter weten te geven. 'In de film herkent de mens zijn eigen lopen niet, in de grammofoon niet zijn eigen stem.'  Ook deze gedachte laat echter zien dat Benjamin als zijn inzichten omtrent de esthetiek van de media alleen ten koste van een algemene 'literarisering' weet te bereiken. Want hij duidt deze media als literaire coördinaten - met name die van het proza van Kafka, die hij als 'de laatste verbindende teksten van de stomme film' opvat. De stomme film zou dientengevolge de eigenlijke school zijn, waarin men het schrift van Kafka leert. In het 'uitstel van executie', die hen door het monopolistische uitbarstingsproces tussen de fotografie en de geluisfilm gegeven werd, vindt het werk van Chaplin en Kafka een plaatsje - en daarvan is Benjamins filmtheorie afgelezen.' ( blz. 129-130)