De logica van het historisch inzicht

(Van Reijen en Bolz over Walter Benjamin) Vervolg

'In zover Benjamins logica van het historisch inzicht uberhaupt geschiedfilosofische perspectieven creeert, liggen die steeds in het commentaar op concrete toestanden besloten: concretisering is het belangrijkste criterium van zijn historische constructies. Hun medium is daarom niet de geschiedenis van hoofd- of staatsondernemingen. Benjamin probeert in plaats daarvan, om 'het beeld van de geschiedenisin de meest onopvallende fixaties van het bestaan, als het ware in zijn afval vast te houden'.

Freuds psycho-analyse heeft immers geleerd om de 'contouren van het banale als zoekplaatje te ontcijferen'. Benjamin transponeert deze werkwijze nu naar de materiele wereld. 'De totempaal van de dingen zoeken we in het struikgewas van de oergeschiedenis.' Het spreken over een totempaal karakteriseert de oerhistorische tijdmaat waarmee de psycho-analyticus naar het vergetene vraagt. De materiele analyse toont het vergetene in de 'hel van de details'. Voor haar heeft echter pas het oog van de filmcamara de juiste blik. De motor van de materiele analyse is voor Benjamin namelijk de film. Deze heeft de waarneming van de optische wereld verdiept en het 'optisch-onbewuste'  veroverd. Men zou van een vervreemding van het alledaagse leven kunnen spreken. Want de film maakt het optisch-onbewuste, dat zich aan het natuurlijke oog onttrekt, net zo treffend formuleerbaar als de psychopathologie van het alledaagse leven de onbewuste wens in de mislukte prestatie. De verstelbare lens, de slow motion en de quick motion hebben aan de wereld een 'antifysische'  optiek ter berschikking gesteld, waarin 'volkomen nieuwe structuurvormen van materie te voorschijn komen'. (blz.90-91)