Verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
‘Voorwoord
‘Goddelijk vuur spoort aan ook, bij dag en bij nacht/Om op te breken.Kom dan!
dat wij het opene schouwen’,
heet het in ‘Brood en wijn’ van Hölderlin, de mooiste en machtigste elegie
in de Duitse taal.
We zullen er amper in slagen dichter bij Hölderlin te komen als we ongevoelig
blijven voor ‘goddelijk vuur’,
Hoe je de betekenis ervan ook wilt opvatten.
Wat is het dus voor vuur dat in het leven en de poëzie van Hölderlin brandt?
Dat is de vraag waaraan ik me in dit boek wil wijden.
Als Hölderlin later op zijn leven terugkeek, leek het hem alsof hij altijd al
gedicht had. Het poëtisch woord was voor hem
als lucht om te ademen. In zijn poëzie was hij geheel op zichzelf en tegelijk
verbonden met een geheel, in een denkbeeldige gemeenschap.
Nogmaals ‘Brood en wijn’: ‘Vader Ether! zo klonk het en vloog van tong tot
tong/ Duizendvoudig, er verdroeg geen het leven alleen;/
Verdeeld verheugt zulk goed en geruild met vreemden/ Wordt het een jubel […].
(Dit is bladzijde 11) Morgen verder met dit voorwoord.