Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
‘Voorwoord
Hölderlin, op de vlucht voor het beroep van predikant, probeerde als huisleraar
zijn geld te verdienen en moest
steeds weer bedelen om financiële steun bij zijn moeder, die zijn niet
onaanzienlijke vermogen, dat hij van zijn
vader had geërfd, beheerde. Indien zij haar zoon zijn erfdeel had doen toekomen,
was zijn leven vast anders
gelopen. Innerlijke onafhankelijkheid moet sowieso altijd bevochten worden, maar
iets meer uiterlijke onafhankelijkheid
zou hem menige vernedering hebben bespaard.
Hölderlin bleef als dichter tijdens zijn leven een geheimtip. Schiller probeerde
hem te steunen. Goethe was minzaam, meer
niet. Voor Hölderlin in 1802 naar Bordeaux vertrok, schreef hij aan een vriend:
‘ze kunnen me niet gebruiken’.
Na zijn mysterieuze terugkomst uit Bordeaux, een half jaar later, trok Hölderlin
zich langzaam in zichzelf terug.Maar hij
slaagde erin nog een aantal geniale gedichten te schrijven voordat hij in de
herfst van 1806 van Homburg naar Tübingen
werd gebracht, naar een psychiatrische inrichting.’
(Bladzijde 12) Morgen verder met dit ‘voorwoord’.