Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 1
‘Friedrich Hölderlin, die op 20 maart 1770 geboren werd in Lauffen aan de
Neckar, groeide op in het milieu van de
Zwabische ‘eerbaarheid’. Zo noemde de zelfbewuste elite van de hogere
middenklasse zich, die voornamelijk bestond
uit overheidsambtenaren en functionarissen van de evangelische kerk. Een vrome
levenswandel, althans naar buiten
toe, was verplicht, daar werd onderling streng op gelet. De kerk rekruteerde
binnen de ‘eerbaarheid’ haar nieuwe generatie,
onder toezicht van en financieel gesteund door de regerend vorst. Sociaal bleven
ze onder elkaar en huwden ook binnen
hun kring. Zo kwam het tot wijdvertakte familierelaties binnen het milieu en zo
konden ze terugblikken op een gemeenschappelijke
geschiedenis. De Hölderlins behoorden tot die ‘eerbaarheid’, op een speciale
manier zelfs. Want Hölderlins moeder, dochter van
een predikant uit de Zabergäu, stamde af van de zogenaamde ‘Zwabische
geestesmoeder’ Regina Bardeli (1599-1670).’
(Bladzijde 15. Morgen verder met de hoofdstuk 1.