Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 1
‘Friedrich heeft waarschijnlijk geen echte herinnering aan dat vroege verlies
gehad, ook al roept hij als knaap
de begrafenis melodramatisch in zijn herinnering op: ‘De lijkstoet trok
opwaarts, En het schijnsel van de fakkels
viel op de dierbare kist, […] Toen ik, een zwakke stamelende knaap nog, o Lieve
Vader zaliger! jou verloor
(gecit. naar Chronik, 12).
De jonge moeder bleef alleen achter met drie kinderen. Friedrich, een eenjarig
zusje, dat spoedig erna stierf,
en het vlak na de dood van de vader geboren zusje Maria Eleonora, kortweg Rike.
De ‘mooie weduwe’, zoals de moeder werd genoemd, bleef niet lang alleen. Een
vriend van de overleden vader,
Johann Christoph Gok, dong naar haar hand. Hij was de zoon van een eenvoudige
schoolmeester, behoorde dus
nog niet tot de ‘eerbaarheid’, maar als bekwame klerk in Lauffen kwam hij er
langzamerhand wel voor in aanmerking.’
(Bladzijde 16) Morgen verder met hoofdstuk 1.