Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 6
‘Hem betovert het vermoeden van de wedergeboorte van de Klassieke Oudheid als
‘verworven bezit van de
mensheid’. Maar in het ‘Fragment’ flitst het motief van de zinvolle
wederkeer van de Klassieke Oudheid en de
goden ervan slechts kort op. Pas in het latere werk zal het zich machtig
ontvouwen.
Maar ook dat vervulde ogenblik gaat voorbij. Een poging dat te verlengen is de
reis naar de vermeende plaat-
sen van handeling van de ‘Ilias’. Dat is wel meer dan een afleiding, maar
uiteindelijk verschaft het geen genoe-
gen, want bij terugkeer ontbreekt – Melite. Blijft ook weer slechts het wachten
in povere tijden.
Dan het derde ogenblik. Onder de platanen, in de omgeving van de zee, op een
zachte avond, bij grote stilte.
‘Daar werd ik wat ik nu ben. Midden uit het kleine bos leek het me te manen,
vanuit de diepte van de aarde en
de zee leek het me aan te roepen, waarom hou je niet van me?’ (MA I, 508 ev.).
Hyperion had tot dat moment vanzelfsprekend vanuit de natuur geleefd, met de
rug naar haar toe als het ware.
Nu gaat de oproep naar hem uit zich om te draaien, zich bewust van haar te
worden, van haar te houden.’
(Bladzijde 91-92) Morgen verder met dit hoofdstuk 6