Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 6
‘Dat zou, als het lukt, de toegenomen natuurlijkheid zijn die in het voorwoord
‘beschaving’ wordt genoemd. Die
betrokkenheid bij de natuur is toegenomen juist omdat ze niet vanzelfsprekend is
en omdat ze niet alleen onbe-
wust is, maar ook via het bewustzijn is overgebracht en in liefde aangenomen.
Natuur, aldus Hyperion, is hem
‘heiliger geworden, maar ook geheimzinniger’ (MA I, 509).
Hyperion beschrijft dus drie extases: de ontmoeting met Melite, de
wedergekeerde Klassieke Oudheid, en de
natuur. Maar telkens gaan die momenten van gelukzalige harmonie verloren. ‘Het
was mij onmogelijk ze vast te
houden, ze rustig verder te overdenken’ (id.). Hij moet verder naar
‘waarheid’ zoeken, naar een waarheid niet
alleen van de kennis maar van het leven. Gezocht wordt het leven dat slaagt. En
alleen omdat het Hyperion bij
de zoektocht naar de waarheid alleen daarom gaat, kan hij uiteindelijk aan
Bellarmin schrijven: ‘Ik vond niets an-
ders dan jou […] Jij vond ook niets anders dan mij’ (id.).
Dat is mooi maar niet voldoende. Daarom verlaat hij zijn ‘vaderland, om aan
de andere kant van de zee waarheid
te vinden’ (id.).’
(Bladzijde 92) Morgen verder met dit hoofdstuk 6.