Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 10
‘Maar Hyperion wil zich niet redden, en als hij ook bij Diotima een
verandering ziet, alsof ook over haar de geest
van de dapperheid gekomen is, neemt hij afscheid van haar en werpt zich met
Alabanda en zijn makkers in de strijd
op de Peloponnesos. Voor die passages had Hölderlin de verhalen over de Griekse
opstand tegen de Turkse heer-
schappij in verband met de Russisch-Turkse oorlog van 1770 bestudeerd, maar hij
streefde geen realistische voor-
stelling van zaken na.
Hij laat Hyperion in brieven aan Diotima zijn belevenissen beschrijven die
aanvankelijk bepaald zijn door euforische
gevoelens: Uit de Spartaanse wouden zal als een adelaar schieten de oude genius
van het land met ons leger, als met
ruisende vleugels’ (MA I, 707).
In de verslagen van Chandler en Choiseul-Gouffier, zijn belangrijkste bronnen,
had Hölderlin over de moordpartijen
gelezen die de ‘Albanese horden’ in dienst van de Ottomanen onder de Grieken
hadden aangericht, maar ook over het
hoogst roemloze gedrag van de Griekse vrijheidsstrijders.’
(Bladzijde 148) Morgen verder met dit hoofdstuk 10.