Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 11
‘Er werd verwacht dat er nieuwe grenzen getrokken zouden worden. Het ene
vorstendom kon op gebiedsuitbreiding
rekenen, het andere moest voor zijn bestaan vrezen, vooral kleine tot nietige
vorstendommen als Hessen-Homburg,
dat in Rastatt vertegenwoordigd werd door de nieuwbakken regeringsambtenaar
Sinclair.
Maar voor het hertogdom Württemberg stond er in die situatie nog iets anders
op het spel. Sinds de zestiende eeuw
had Württemberg een grondwet die de standen, dus vooral de protestantse
prelaten, de stedelijke magistraten en de bo-
venlaag van de burgers (de ‘eerbaarheid’) medezeggenschapsrechten verleende,
vooral inzake financiën. De Franse her-
stelbetalingseisen gaven in 1797 de hertog van Württemberg, Friedrich II,
aanleiding de landdag bijeen te roepen om die
te laten instemmen met het benodigde geld.’
(Bladzijde 159-160) Morgen verder met dit hoofdstuk 11.