Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 11
‘De sprong in de Etna wordt niet uitgebeeld. Alleen de uit de vuurmuil
geslingerde ‘schoenen van de meester’ gaan
op het eind van hand tot hand onder het volk, dat zich verzameld heeft om ‘de
dood van de grote man eer te bewij-
zen’ (MA I, 763-766).
Hölderlin zelf heeft in het concept al de mogelijke constructiefout van het
stuk genoemd: er is geen echt conflict
dat Empedocles tot zelfmoord drijft, zijn besluit staat eigenlijk al op voorhand
vast. Hij wil sterven, of nauwkeuriger:
‘zich met de oneindige natuur verenigen’. Daar zint hij op, daarvoor zoekt
hij aanleidingen. In de beschrijving van het
vijfde bedrijf heet het expliciet: ‘De toevallige aanleidingen voor zijn
besluit vallen nu geheel voor hem weg en hij ziet
het als een noodzakelijkheid die uit zijn innerlijke wezen voortkomt’.
Dat is precies wat Hölderlin aan die figuur zo fascineert: het ‘innerlijke
wezen’ van de mens die, net als eerder Hype-
rion, de versmelting met de ‘oneindige natuur’ nastreeft.
Het ‘innerlijke wezen’ van die mens schetst Hölderlin zo:’
(Bladzijde 165) morgen verder met dit hoofdstuk 11.