Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 11
De samenleving als dood mechanisme zonder innerlijk leven, en het individu
ertoe veroordeeld een radertje en
een schroefje te zijn. Daartegen komt Empedocles net als Hyperion in opstand, en
ook Hölderlin zelf. De ‘cultuur-
haat’ van Empedocles is fundamenteel, hij is gericht tegen de reële
‘omstandigheden […] enkel omdat het bijzon-
dere omstandigheden zijn’, uiteindelijk wordt dus het eindige überhaupt in
staat van beschuldiging gesteld, tegen
de achtergrond van het oneindige.
Hölderlin is volkomen vertrouwd met de ‘cultuurhaat’ van Empedocles, al
komt die bij hem wat gematigder tot uit-
drukking, bijvoorbeeld als kritiek op de door hem als typisch Duits ervaren
‘geborneerde huiselijkheid’ (MA II, 725),
maar hij kent ook de fundamentalistische verleidingsmacht van de cultuurhaat
zoals Empedocles die belichaamt.
Voor die cultuurhaat wordt al het aardse tegen de achtergrond van het verlangen
naar mystieke vereniging een gru-
wel. Maar in die zin is Empedocles niet geschikt als personage in een
tragedie.’
(Bladzijde 166) Morgen verder met dit hoofdstuk 11.