Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 11
‘Hij is te afgerond, en hij is klaar met de door hem afgewezen uiterlijke
wereld. Er ontbreekt een echt conflict, want
de spanning tussen het oneindige en het eindige is niet voldoende. Er moest iets
bij komen. En tenslotte kwám er
ook iets bij.
Hölderlin heeft het ‘Frankfurter plan’ niet uitgevoerd; in plaats daarvan
werkte hij tot het voorjaar van 1799 een
versie uit van twee bedrijven, die nog tot drie bedrijven zou worden uitgebreid –
maar waarschijnlijk niet tot de oor-
spronkelijk geconcipieerde vijf. In de zomer en de herfst van dat jaar voegde hij
aan de eerste versie nog wat toe
en bracht er veranderingen in aan. Vlak voor het afbreken van het hele project
schetste hij nog de onduidelijke om-
trekken van een heel nieuw stuk, dat nooit gerealiseerd is.
In vergelijking met het ‘Frankfurter plan’ was de eerste versie uit het
voorjaar van 1799 al een heel ander stuk.
Een Empedocles zoals hij in het eerste bedrijf van de eerste versie optreedt,
was in het ‘Frankfurter plan’ niet voor-
zien. Het is een Empedocles vol twijfel aan zichzelf, zijn inspiratie heeft hem
verlaten. Het is ‘troosteloos’ in hem, leeg,
de bronnen van het goddelijke leven in hem zijn uitgeput, ‘uitgedroogd ben/ ik
nu’ (MA II, 779; v. 295 ev.).’
(Bladzijde 166-167) Morgen verder met dit hoofdstuk 11.