Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 11
‘Vanaf dat moment is Empedocles, dat ‘hogere wezen’, geheel en al
gericht op de dodelijke sprong in de Etna.
Maar er doen zich politieke complicaties voor, en hier is de actuele politieke
situatie van invloed op het drama.
Empedocles, de mysticus, wordt gepolitiseerd. Waarom Hölderlin dat gedaan heeft,
ontwikkelt hij in het gelijktijdig
geschreven essay ‘De tragische ode’.
Empedocles is in zijn verlangen naar mystieke eenheid met god of de
‘natuur’ geheel alleen. De mystieke eenheid
voltrekt zich in hem en alleen voor hemzelf. ‘Dit gevoel behoort misschien tot
het hoogste wat de mens kan ervaren’
(MA I, 869). Dat is evenwel toch te weinig, het is te subjectivistisch gedacht,
zoals Hölderlin opmerkt. De mystieke
verzoening moet algemeen worden, ze moet de maatschappelijk-politieke situatie
omvatten en veranderen. Anders
zou de mysticus voor zijn eigen particuliere genot willen slagen, voortijdig dus
en zonder rekening te houden met de
anderen – en dat mag niet, dat is zelfzuchtig en onrechtvaardig. Voor dat
subjectivisme van de afzonderlijke verlos-
singservaring kiest Hölderlin de uitdrukking ‘het gelukkige bedrog van de
eenheid’ (MA I, 870). Bedrogen worden de
mensen die niet aan de eenheid kunnen deelnemen.’
(Bladzijde 168-169) Morgen verder met dit hoofdstuk 11.