Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 11
‘Dat is een van de drie briefconcepten aan Susette die bewaard zijn
gebleven. Van de brieven van Susette
zijn er maar een paar teruggevonden, geschreven in de anderhalf jaar tussen
oktober 1798, toen Hölderlin huize
Gontard overhaast verliet, en het voorjaar van 1800, toen de verhuizing naar
Stuttgart ophanden was.
In die tijd gold de afspraak elkaar minstens eenmaal per maand te ontmoeten en
daarbij ook brieven uit te wis-
selen. Hölderlin moest telkens op de eerste donderdag van de maand van Homburg
naar Frankfurt reizen en op
een bepaald uur postvatten in de buurt van het huis, waar Susette hem vanuit het
raam van haar kamer kon zien
en hem door bewegingen van de gordijnen kon aanduiden of de kust vrij was voor
een kortstondig rendez-vous
in de buurt van haar huis, verborgen door struiken en bomen. Aanvankelijk waren
de twee nog onvoorzichtig ge-
weest. Op een keer had Susette een tijdstip genoemd waarop haar minnaar via een
achtertrap direct in Susettes
kamer kon komen. Maar dat was niet onopgemerkt gebleven, en Susette had narigheid
gehad.’
(Bladzijde 173-174) Morgen verder met dit hoofdstuk 11.