Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 11
‘Maar ook hij had lucht gegeven aan gevoelens van jaloezie, bijvoorbeeld in
verband met Susettes huisvriend
Zeerleder, toen die weer eens bij de Gontards op bezoek was. Susette probeerde
Hölderlins angsten weg te
nemen: ‘Ik verzeker het je nogmaals. Hij is voor mij nooit meer geweest dan een
broer en vriend! En hij kan
voor mij nooit meer worden’ (MA II, 835).
Die kleine jaloeziescenes, hoe kwellend ze ook mochten zijn, gaven de
verhouding tussen hen beiden in elk
geval een werkelijkheid die er anders wel eens uit zou kunnen verdwijnen doordat
ze geheel in de fantasie zou
opgaan.
Vanaf februari 1800 ongeveer was Hölderlin vastbesloten Homburg te verlaten.
Het liefdespaar was het erover
eens geworden dat er een oplossing gevonden moest worden. Volgens alle
getuigenissen die we hebben, is door
hen beiden nooit overwogen uit hun vertrouwde leven uit te breken en te proberen
een gezamenlijk leven te gaan
leiden. Dat lag voor hen beiden kennelijk achter de horizon van wat wenselijk of
zelfs maar voorstelbaar was – voor
Hölderlin, die de relatie voor zijn moeder en broer en zus geheimhield, en ook
zo veel mogelijk voor zijn vrienden:
en voor Susette, die ook door haar kinderen onlosmakelijk met haar wereld
verbonden bleef.’
(Bladzijde 175-176) Morgen verder met dit hoofdstuk 11.