Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van ee mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 11
‘De enige oplossing was de ruimtelijke scheiding.
De waarschijnlijk laatste brief van Susette, 5 maart 1800, eindigt met de
woorden: ‘Ik kan niet verder schrijven,
vaarwel! Vaarwel! Je bent onvergankelijk in mij! en blijft dat zolang ik blijf. –
(MA II, 860).
HOOFDSTUK 12
Hölderlin leeft nog steeds in het verborgene.
Wat hem in feite bezighoudt en voortdrijft, kan hij niet vrij uitleven. Dat
geldt voor de liefdesaffaire met Susette:
‘gij schiept u eens gij eenzamen, slechts/ door goden gekend, minnend uw
geheime wereld’ (MA I,201). Die ge-
heime wereld, die zich zo schitterend in de poëzie ontvouwt, kan niet het
verlangen stillen met die liefde werkelijk
ter wereld te komen. Door de goden gekend zijn, dat is niet voldoende.
Ter wereld gekomen is Hölderlin ook als dichter nog niet echt.’
(Bladzijde 176-177) Morgen verder met dit hoofdstuk 12.