Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 12
‘Weliswaar is hij zeker van zijn dichterschap en hij heeft zelfs de moed het
tegenover zijn moeder toe te geven
en te verdedigen, maar de publieke erkenning ontbreekt nog. Slechts een klein
deel van zijn gedichten is tot dan
toe gepubliceerd. A.W. Schlegel was een van weinigen die Hölderlins betekenis
vermoedden; hij bracht in een
recensie zijn hoogachting onder woorden. De roman ‘Hyperion’ had maar weinig
lezers gevonden en, buiten de
particuliere kring, weinig weerklank gevonden. Het hoogst ambitieuze
‘Empedocles’ bleef onvoltooid in de la lig-
gen. Voor zover we weten heeft hij zelfs met zijn vrienden de ontwerpen en
fragmenten niet gedeeld. Niet alleen
zijn grote liefde, ook zijn poëzie behoort dus tot de ‘geheime wereld’, die
misschien wel door de goden, maar niet
door de mensen voldoende ‘gekend’ werd.
Tweemaal had hij in het jaar 1799 verklaard dat zijn verdere lot ervan zou
afhangen of hem iets zo zou lukken
dat er ook notitie van genomen zou worden en hij daar ook een inkomen mee kon
verwerven. Dat was zo bij ‘Em-
pedocles’, waarin hij bleef steken. Dat was ook zo bij het
tijdschriftenproject.’
(Bladzijde 177) Morgen verder met dit hoofdstuk 12.