Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 13
‘De innerlijke vrijheid ging voor hem dan verloren. Hij wil zich overgeven en
toch zichzelf blijven. ‘Ik besef het eindelijk’,
schreef hij in de brief aan Landauer, ‘alleen in alle kracht is alle liefde
[…] Hoe zekerder de mens van zichzelf en hoe be-
heerster in de beste jaren van zijn leven hij is, en hoe makkelijker hij uit een
minderwaardige stemming naar het wezenlij-
ke terugkeert, des te helderder en omvattender moet ook zijn oog zijn, en hart
zal hij hebben voor alles wat hem licht en
zwaar en groot en dierbaar in de wereld is (id., 894 ev.).
Hölderlin schreef dat vanuit Hauptwil in Zwitserland, bij Sankt Gallen, waar
hij sinds begin 1801 bij de familie van de
groothandelaar Von Gonzenbach weer een baan als huisleraar had. Hij bleef niet
langer in Stuttgart, financiële redenen
hadden hem doen uitkijken naar een nieuwe baan. Hij zocht rust, inkeer, wilde
terug naar het ‘wezenlijke’, zoals hij schrijft
in zijn brief aan Landauer, die zich wellicht verbaasd heeft, omdat hij terecht
toch de indruk gekregen had dat zijn vriend
zich thuis voelde onder vrienden. Dat was ook zo, maar slechts voor even.
De eerste brieven uit Hauptwil waren euforisch.’
(Bladzijde 200) Morgen verder met dit hoofdstuk 13.