Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 13
‘Hier is het thema de Duitse cultuurnatie, die nog geen politieke vorm heeft,
maar in de ‘stilte’ en de ‘diepte’ toegroeit
naar een toekomst die in het teken zal staan van de vrede en de ‘muzen’:
‘Nu! Wees in je adel dan gegroet, mijn vaderland
[…]
Nog dwaalt en zwijgt gij, zint op heuglijk werk,
Van u getuigend, zint op nieuwe schepping,
Dat enkel, als gijzelve, dat uit
Liefde geboren en goed als gij zijt –
Waar is uw Delos, waar uw Olympia,
Dat we ons alleen vinden op ’t hoogste feest –
[…]’
De traditie met de Klassieke Oudheid niet te verbreken behoort voor Hölderlin
kennelijk tot de historische opdracht van
de Duitse cultuurnatie. De bezwerende herinnering aan de universele historische
missie van de verbinding van Klassie-
ke Oudheid en moderne tijd beschouwt Hölderlin als zijn bijdrage aan het grote
feest van de verzoening die hij ziet aan-
breken. Er gebeurt iets eschatologisch.’
(Bladzijde 204-205) Morgen weer verder met dit hoofdstuk 13.