Weer verder met ‘Gedichten van Friedrich Hölderlin’ vertaald
door Ad den Besten.
Verder met
‘De herfst
In ’t glanzen der natuur is hoger licht verschenen,
nu vreugdevol ten einde gaan de dagen.
Het is het jaar dat prachtig raakt voldragen,
nu vruchten zich met blijde glans verenen.
Zo is gesierd het rond der aard’ en nog slechts zelden
rumoeren over ’t akkerland geruchten,
mild warmt de zon de najaarsdag, de velden
staan als een uitzicht open en de luchten
met vriendelijk geruis doorwaaien tak en twijgen,
al gaat de leegte d’ overhand reeds krijgen.
Zo openbaart de ganse zin van ’t leven
zich als een beeld, van gouden pracht omweven.’.
(bladzijde 393) Dit is gedicht 86. Morgen verder met ‘De winter’.