Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 12
‘Landauer behoorde ook tot de kring van Württembergische revolutievrienden en
kwam daarom later eveneens
in het vizier van de politie. Hij was een hartelijke, hulpvaardige en
kunstzinnige man, die op zijn verjaardag even-
veel gasten uitnodigde als het aantal jaren dat hij telde. Voor zijn 31ste
verjaardag schreef Hölderlin een gelegen-
heidsgedicht dat begint met de strofe: ‘Wees blij! Het goede lot is u
beschoren,/ want diep en trouw, zo werd uw
geest;/ Der vrienden vriend te zijn werd gij geboren,/ Zo mogen wij getuigen op
dit feest’ (MA I, 328).
Tot het eind van het jaar 1800 woonde Hölderlin in het huis van zijn nieuwe
vriend, misschien de trouwste vriend
die hij überhaupt heeft gehad, minder grillig in zijn stemmingen en minder
opdringerig dan Sinclair en waarschijnlijk
ook onbaatzuchtiger. Hölderlin kreeg zo’n vertrouwen in hem dat hij vlak voor
zijn vertrek naar Zwitserland eind 1800
aan zijn zus kon schrijven: ‘In Landauer zul je de man vinden die mijn plaats
als broer tijdens mijn afwezigheid zal in-
nemen’ (11 december 1800; MA II, 881).
Hölderlin betrok een ruime woning in Landauers huis, ingericht met meubels
die Hölderlin vanuit Nürtingen naar
Stuttgart had laten brengen.’
(Bladzijde 179-180) Morgen verder met dit hoofdstuk 12.