Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 13
‘Dat begint als een idylle, maar slechts voor even; in de atmosfeer van stilte,
inkeer en waakzaamheid wordt des
te duidelijker voelbaar welke krachten zich roeren en creatief naar het
ontzaglijke opdringen:
De natuur is nu met wapengekletter ontwaakt,
En hoog uit de ether tot de afgrond beneden
Naar vaste wet, als eens, uit heilige chaos verwekt,
Voelt nieuw de begeestering zich,
De allesscheppende, weer.
En zoals in het oog van de man een vuur schittert,
Wanneer iets groots hij ontwierp, zo is
Opnieuw aan de tekens, de daden van de wereld nu
Een vuur ontstoken in de ziel van de dichters.
(Id.; v.23-31)
Het scheppende in de natuur en het scheppende in de menselijke geest lopen
parallel, beide malen ontstaat er
ordening, uit ‘heilige chaos verwekt’.’
(Bladzijde 207-208) Morgen verder met dit hoofdstuk 13.