Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 11
‘’Empedocles’ beloofde ook al geen interessant honorarium op te leveren.
Hölderlins spaargeld smolt weg. Er
moest iets gebeuren. Terwijl hij weer uitkeek naar een baan als huisleraar,
ondernam hij nog eenmaal, voor het
laatst, een poging van de literatuur te leven, en niet alleen vóór de
literatuur.
In de zomer van 1799 ontwierp hij het plan voor een ‘humanistisch
journaal’, dat literaire en literatuurtheoreti-
sche bijdragen moest bevatten. Dat soort literaire journaals schoot in die tijd
als paddenstoelen uit de grond, om-
dat er een publiek voor bestond en uitgevers en schrijvers meenden eraan te
kunnen verdienen. Hölderlins tijd-
schrift zou ‘Iduna’ gaan heten. Iduna is de naam van een godin uit de Noordse
mythologie. De appels van de on-
sterfelijkheid zijn haar toevertrouwd, en aan wie zij haar gunst schenkt, wordt
jonger of blijft jong. ‘Iduna’ stond dus
voor vernieuwing, verjonging van de literatuur. Hölderlin liet zich inspireren
door Johann Gottfried von Herder, die
drie jaar eerder in ‘Horen’ onder de titel ‘Iduna of de appel der
verjonging’ een gesprek gepubliceerd had over de
verlevendiging van de literatuur door mythologie. Hölderlins titel was dus
bepaald programmatisch bedoeld.’
(Bladzijde 171-172) Morgen verder met dit hoofdstuk 11.