Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 13
‘Die hymne is gewijd aan de ‘vorst van het feest’ (MA I, 362; v. 15). Maar
wie is die vorst? Dat is ongetwijfeld
Napoleon, de overwinnaar van de oorlog; maar het is ook een god die alle oorlogen
beëindigt: ‘maar waar/ een
god ook nog verschijnt […] / Niet onaangekondigd is hij; / En iemand die vlam
noch vuur geschuwd / Verbaast
zich dat het stil geworden is, vergeefs niet, nu, / Daar heerschappij nergens is
te zien bij geesten noch bij men-
sen’ (id., v. 22-28).
Die hymne dwaalt door een labyrint vol historische en godsdienst –
filosofische visioenen, Dionysos duikt op,
Christus en boven allen uit de ‘stille god des tijds’, die mee moet aanzien
hoe de natuur, die ‘moeder’, beroofd
wordt van haar kinderen door een tegenstrever van wie niet helemaal duidelijk
wordt wie het of wat het is. Het
loopt uit op een gigantomachie van de elementaire zijnsmachten. Daar een
aanknopingspunt voor de vrede te
vinden is de hoop die alle hoop te boven gaat.’
(Bladzijde 206) Morgen verder met dit hoofdstuk 13.