Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 14
‘Daar verklaarde hij, ongetwijfeld om zijn vriend in bescherming te nemen:
‘Het is bekend dat Hölderlin al drie
jaar aan waanzin lijdt en mij al in Regensburg bij serenissimo meo in die
toestand heeft opgezocht’ (gecit. naar
Kirchner, 161). In dat verband meldde Sinclair ook dat hij in Regensburg voor
Hölderlin drie artsen had moeten
raadplegen. Wat de indruk over de herstelde ‘geestes – en zielskracht’ van
Hölderlin plausibel maakte waren ver-
moedelijk de indringende gesprekken met de ‘serenissimus’, de landgraaf van
Hessen-Homburg, die zich met zijn
hoge regeringsambtenaar in Regensburg ophield om bij de daar plaatsvindende
koehandel om land een vergroting
van het nietige landgrafelijke territorium uit het vuur te slepen. Hölderlins
gesprekken met de landgraaf gingen even-
wel niet over gebiedsuitbreiding, maar over het lot van de christelijke religie,
die volgens de vrome piëtistische land-
graaf ernstig bedreigd werd door de verlichte Bijbelkritiek en de geest van de
secularisering. Om die reden had de
landgraaf aan Klopstock als de ‘Homerus en nestor van onze poëzie’
geschreven met het verzoek de ware geest van
het christendom nog eenmaal te bezingen, zoals hij het in zijn ‘Messias’ al
zo prachtig had gedaan.’
(Bladzijde 222-223) Morgen verder met dit hoofdstuk 14.