Weer verder met Peter Verhelst; ‘Mondschilderingen’.
‘We vielen in slaap en het was alsof we enkel hadden gedroomd dat we wakker
waren
geworden. We stapten in die droom rond in een kamer en zakten door de grond, een
andere droom binnen, waarna we opnieuw rondstapten. De muren waren niet van
steen.
De vloer evenmin. Elke kamer ademde. De ochtend daarna werden we wakker met
herin-
neringen aan aanrakingen die de hele dag door voelbaar bleven. Mensen die door
zulke
dromen bezocht waren, hielden midden in een gesprek op met praten, sloten de ogen
en
hielden hun gezicht op naar een onzichtbare strelende hand. Een intimiteit die je
in verwar-
ring bracht, alsof een wildvreemde je plots bij de arm nam en je zijn diepste
droom vertelde.
Maar even later had je zelf het gevoel dat je rondliep op straat terwijl jouw
geheime droom
door een onzichtbare hand woord voor woord op je hals werd geschreven, een tekst
die on-
der je kleren doorliep en zichtbaar werd omdat diezelfde hand je hemd of bloes
openknoopte.
Het was alsof je naakt door de straten liep. Zo kon het gebeuren dat je een
ananas stond te
wegen in de hand en dat je plots de lucht van een tropisch eiland in de neus
voelde opkringelen.’
(Bladzijde 11-12) Morgen verder met ‘Mondschilderingen’.