Cees Nooteboom; uit de reeks ' Gesprekken' het gedicht ' Bedrijf'

                       Bedrijf

Over het oog heb je honderd keer willen denken,

ook deze middag aan zee,

kijkend naar de zon,

zolang dat kon.

 

Het eindigde met hetzelfde theater

van ooit en toen, het bloeddoorlopende oog

dat aan zijn touwen omlaagzakt,

achter het gefluister van de souffleur.

 

Cees Nooteboom; uit de reeks 'gesprekken' het volgende gedicht:

                                   Cauda

 

Kijk naar de dingen, zie ze staan

in hun metafysische onschuld,

niet zeker van hun bestaan.

 

Herinner je het gesprek

in een prieel, een noorderlijke zon,

hortensia's, het gelijk van een kikker,

rozen, maskers.

Cees Nooteboom; uit de reeks 'De gezichten van het oog'

 

                   Tweede gezicht

 

Op een nacht die begon met een ochtend,

een tegenwaartse beweging, in een stad

van lagunes en bruggen,

zagen zij een monster vol schubben en mossen,

een huid van kruipende schimmels,

het open gat van een oog.

 

Kort was deze verblinding, maar nooit

zouden de zwervers vergeten

Cees Nooteboom; uit de reeks 'de litanie van het oog'

                        1

Blinde man op de landweg,

op zoek naar zijn zinnen,

viel door het luik

van het licht.

Waar hij was begonnen

met zingen

kon hij niet blijven.

Andere stemmen

hadden al voor hem gezongen,

maar hij kon het beter

met het geruis

van zijn voeten,

zijn maat.

Cees Nooteboom; uit de reeks 'Het innerlijk oog'

                      1

 

De zichtbare wereld sluist het beeld

door het geopend oog. Het innerlijk oog

 

ontvouwt het, maakt het nieuw

in nieuwe schijnsels. Geef die maar namen.

 

Dieren, de geziene pleinen uit dromen,

zalen en tuinen

 

worden het beeld voor het onzichtbaar

oog. Zo kleurt de ziel

 

Cees Nooteboom; uit de reeks 'Wat er te zien was' het eerste gedicht.

                           1

Onze aanblik. Blijf er buiten als je die niet

verdraagt. Wij zijn meer dan je tijdelijk oog, en daarbij,

onze taal is niet voor het zien. Noem het een echt

dialect dat heen gaat en weer tussen noties

van afstand en weerzin.

 

Wij kunnen niet van onze plaats. De stilte

Cees Nooteboom; uit de reeks 'het bedrog van het zien', het laatste gedicht.

Dat alles

                          is studie.

De onafzienbare

                          nevels,

het getijdenboek

Cees Nooteboom; 'Het gezicht van het oog'

Ik citeer een tweede gedicht.

 

'Ik wilde maken

                     wat nog niemand gemaakt had,

een paleis

                     van gesloten constructies

in hun eigen

'Het gezicht van het oog'

Titel van een bundel gedichten van Cees Nooteboom. Let op, uit 1989.De titel herinnerde ik me nog. Er staan een paar goede artikelen over deze bundel in nummer 168 van Bzzlletin. Daar kom ik op terug. Eerst de dichter aan het woord laten.Ook  nog even vermelden de titels van de reeks 3; het gezicht van het oog. Het bedrog van het zien. Wat er te zien was. Het innerlijk oog. De gezichten van het oog. Gesprekken. Ik citeer gewoon het eerste gedicht van deze reeks.

Oefening in rechtzinnigheid

Pleidooi voor het sublieme

Piet Gerbrandy houdt in het essay 'Het onslechtbare dat ons omgeeft' een pleidooi voor het sublieme. Hij vat zelf zijn gedachten samen.

Syndicate content