Weer verder met ‘Gedichten van Friedrich Hölderlin’
vertaald door Ad den Besten.
Verder met
‘De winter
Het veld is kaal. Op verre hoogte blauwen
de hemelen; waarheen de paden leiden,
is de natuur eentonig om ’t aanschouwen.
De wind is fris. Het licht zal gauw verglijden.
Het rond der aard’ is zichtbaar uit de heemlen
de hele dag, maar ook wanneer, omgeven
door heldre nacht, hoog schijnt het sterreweemlen
en geestlijker het wijd-gespreide leven.’
(Bladzijde 395) Dit is gedicht 87. Morgen verder met ‘De zomer’.