Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 6
‘Hij belooft er een volgende keer meer over te schrijven, maar dat gebeurt niet.
Dan is er nog de raadselachtige
en al geciteerde passage uit een brief aan zijn broer, waarin hij spreekt over de
‘frivoliteit’ van zijn karakter, die
was ontstaan uit de gewoonte in zijn verleden om oppervlakkige liefdesrelaties
aan te gaan (MA II, 682). Dat
schreef hij toen hij in Frankfurt wellicht werd geconfronteerd met het gerucht
dat in Waltershausen de ronde
deed, namelijk dat hij een affaire met Wilhelmine Kirms had gehad waaruit een
kind voortgekomen was. Feit is:
een kennis uit de tijd in Waltershausen had Hölderlin in 1797 in Frankfurt
ontmoet, en hij vertelde dat hij lang met
Hölderlin gepraat had, ‘maar niet over Kirms. Ik denk trouwens dat als hij
vermoedde dat ik er iets van weet hij me
misschien liever tien mijlen daarvandaan gewenst zou hebben’ (geciteerd naar KA
3, 859). Er was in dit verband
dus iets wat Hölderlin liever wilde verbergen, wat op hem drukte en wat hij
probeerde te ontwijken. Meer weten we
niet.
Eind 1794 verliet Wilhelmine Marianne Kirms, bijna tegelijk met Hölderlin,
het huis Kalb en trok naar Meiningen.
Daar bracht ze in juli 1795 een dochter ter wereld, die na een jaar overleed.’
(Bladzijde 81) Morgen verder met dit hoofdstuk 6.