Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 6
‘Die geslaagde versmelting van poëtische geest en filosofische ideeën
stond hem als ideaal voor ogen bij
zijn tweede diepe behoefte, namelijk werken aan zijn roman ‘Hyperion’,
waaraan hij in de zomer van 1792 was
begonnen. Maar dat was meer dan een ‘diepe behoefte’, het was het onderwerp
van zijn leven dat hem de daar-
opvolgende jaren zal voortdrijven. Door een verkeerde inschatting van wat dat
plan van hem zou vergen, meende
hij het in de stilte van Waltershausen te kunnen voltooien. Daar slaagde hij niet
in. Meer dan een fragment bracht
hij dat jaar niet tot stand. Dat had er ook mee te maken dat poëzie en filosofie
bij hem elkaar wel wederzijds bevrucht-
ten, maar elkaar soms ook in de weg zaten. Hölderin beoogde in ‘Hyperion’
bepaalde filosofische ideeën uit te werken,
maar hij merkte dat ze niet mochten overheersen, als hij zich vrij wilde
overgeven aan de eigen poëtische wereld en de
dynamiek ervan: ‘ik kan vooral niet makkelijk de weg van redenering naar
poëzie vinden’, schreef hij op zeker moment
aan zijn broer (MA II, 728).’
(Bladzijde 82) Morgen verder met dit hoofdstuk 6.