Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 11
‘Daarom is ook zijn charisma verdwenen, en daarom kan hij de burgers van
Agrigento niet meer fascineren, en daarom
laten ze zich opstoken door de politicus Kritias en de priester Hermokrates.
Wat bij Empedocles geleid heeft tot een geestelijke instorting, wordt niet
dramatisch ‘in actu’ getoond, maar episch en
elegisch door Empedocles herinnerd en in lange monologen voorgedragen. Het gaat
om een hybris waaraan hij zich
schuldig heeft gemaakt:
‘[…] je hebt
Zelf schuld eraan, arme Tantalus
Het heiligdom heb jij ontwijd, hebt
Met drieste trots de schone band verbroken
Ellendige! toen de genieën van de wereld
Vol liefde zich aan jou wijdden, dacht jij
Aan jezelf en waande, schriele dwaas, aan jou
De goedaardigen verkocht, dat ze jou,
De hemelsen, als domme knechten dienden!’
(MA I, 779; v. 313-321).’
(Bladzijde 167) Morgen verder met dit hoofdstuk 11.