Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dochter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 12
‘Die rustige beheerste eerste strofe is dan wel de opening van het
daaropvolgende geheel, maar is zelf ook al
een geheel, zodat Hölderlin kennelijk met een separate publicatie ervan onder de
titel ‘De nacht’ akkoord ging.
Clemens Brentano was een van de weinigen die deze regels kenden en hij oordeelde:
‘Nooit wellicht is een ho-
ge beschouwende droefenis zo heerlijk uitgesproken […] Ik vind het een van de
geslaagdste gedichten über-
haupt’ (St.A. 7.2, 407).
Nu dus die eerste strofe:
‘Rondom rust de stad nu; stil wordt de verlichte straat,
En met fakkels gesierd ruisen de wagens weg.
Vol van de vreugden des daags keren huiswaarts de mensen,
En winst en verlies wikt een denkend hoofd
Weltevreden thuis; leeg van druiven en bloemen staat,
En van werken ter hand rust de bedrijvige markt.
Maar snarenspel klinkt van ver uit tuinen; wellicht dat
Daar een liefhebber speelt, of een eenzame man
Verre vrienden gedenkt en de tijd van zijn jeugd; en de bronnen,
Immer borrelend en fris, ruisen bij het geurende bloembed.’
(Morgen verder met deze strofe)
(Bladzijde 187) Morgen verder met dit hoofdstuk 12.