Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 12
‘En dan is het daarmee ook weer gebeurd. Opnieuw wordt het nacht. Die
godennacht en het uitkijken naar sporen
en tekens van een komend opklaren – dat zijn dan de thema’s van de laatste drie
strofen.
Terug naar de derde strofe, aan het einde waarvan Dionysos als ‘komende
god’ voor het eerst optreedt:
‘Dus aan de Istmus kom! daarheen waar de open zee ruist
Aan de Parnassus en de sneeuw Delphische rotsen omglanst,
Daar naar het land van de Olympus, daar op de hoogte van Kithairon,
Onder de pijnbomen daar, onder de druiven, vanwaar
Thebe beneden en de Ismenos ruist, in het land van Kadmos,
Vandaar komt en daarheen wijst de komende god.’
(Id.; v. 49-54)
Dionysos is zoals bekend de god van de wijn, van de roes, van de inspiratie, van
het exces, van de poëzie, van de
kunsten in het algemeen. De sterfelijke Semele wilde na de liefdesnacht met Zeus
hem(Zeus) zien, maar dat is ster-
velingen niet vergund.’
(Bladzijde 189-190) Morgen verder met dit hoofdstuk 12.