Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 14
‘’Patmos’ is voor een groot deel een soort reisverslag door religieuze
werelden en hun geschiedenis, van de
Klassieke Oudheid via de verschijning van Christus en de christelijke navolging
tot en met de tegenwoordige
godennacht met haar plotselinge opflakkeringen af en toe – epifanieën, die
aanleiding geven tot hoop, waarbij
dan deze hymne zelf ongetwijfeld ook als zo’n epifanie beschouwd moet worden.
Dat komt aan het eind van
de hymne tot uitdrukking, als de doorwerkende kracht van het woord, ja zelfs van
de ‘letter’, opgeroepen wordt:
[…] maar de Vader,
Die over allen heerst,
behaagt het meest dat wordt geëerd
de vaste letter, en het bestaande goed
geduid. Daaraan geeft Duits gezang gehoor.
(MA I, 453; v. 222-226).’
(Bladzijde 224) Morgen verder met dit hoofdstuk 14.