Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van ee mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 9
‘Bij menigeen had hij zelfs de naam een libertijn te zijn en schrijver van
anonieme pornografische werkjes. Als
iemand die toezicht moest houden – als die rol hem al toebedeeld was – was hij
dus vermoedelijk niet erg geschikt.
Hij zal waarschijnlijk eerder gestimuleerd hebben wat hij zich zag ontwikkelen
tussen Susette en Hölderlin. Hölderlin
was in elk geval gesteld op zijn aanwezigheid. ‘Hij is werkelijk een door en
door voortreffelijk mens. Er is niets mooi-
ers dan een montere ouderdom zoals die man heeft’ (aan zijn broer, 6 augustus
1796; MA II, 627).
Heinse had naam gemaakt als tegenvoeter van Winckelmann. Net als deze hield
hij meer dan van wat ook van de
klassieke cultuur en deed veel om die populair te maken. Maar anders dan
Winckelmann, die ‘de edele eenvoud
en stille grootheid’ ervan prees, benadrukte hij de ongeremde
zinnelijk-erotische kracht. De Italiaanse Renaissance
was voor hem de legitieme erfgenaam van die klassieke vitaliteit en
onbekrompenheid. Dat was ook het onderwerp
van de bij het publiek succesvolle roman ‘Ardinghello und die glückseligen
Insein’ (1786)., waarvan de hoofdpersoon
een renaissancekunstenaar is die zich van het christelijke moralisme bevrijdt
door identificatie met de Klassieke Oud-
heid.’
(Bladzijde 131) Morgen verder met dit hoofdstuk 9.