Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 12
‘Brood en wijn
Voor Heinze
I
Rondom rust de stad; stil wordt de verlichte straat,
En met fakkels gesierd ruisen de wagens weg.
Vol van de vreugden des daags keren huiswaarts de mensen,
En winst en verlies wikt een denkend hoofd
Weltevreden thuis; leeg van druiven en bloemen staat,
En van werken ter hand rust de bedrijvige markt.
Maar snarenspel klinkt van ver uit tuinen; wellicht dat
Daar een liefhebber speelt, of een eenzame man
Verre vrienden gedenkt en de tijd van zijn jeugd; en de bronnen,
Immer borrelend en fris, ruisen bij het geurende bloembed.
Stil in schemerige lucht weerklinken luidende klokken,
En indachtig de tijd roept de wachter het uur.
Nu ook komt er een waaien, roerend in de kruin van de bomen,
Zie! en het schaduwbeeld onzer aarde, de maan,
Komt geheimzinnig nu ook; de dwepende, de nacht komt
Vol met sterren, en weinig bekommerd om ons
Glanst de verbazende daar, de vreemdeling onder de mensen,
Boven de bergtoppen op, droevig en groots.’
(Bladzijde 192) Morgen verder met dit hoofdtuk 12.