Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 14
‘Over zijn terugreis bestaat slechts één enkel, maar wel zeer indringend
document, namelijk zijn brief aan Böhlen-
dorff uit november 1802, geschreven op een tijdstip dat de eerste stormen van
razernij en verwarring voorlopig waren
gaan liggen. ‘Ik had het nodig,’ schrijft hij laconiek, ‘na meerdere
heftige bewegingen en roerselen van mijn ziel vaste
grond onder de voeten te krijgen […]’ (id.).
Welke ‘heftige bewegingen’ en ‘roerselen’ hij hier bedoelt, duidt hij
aan met enkele opmerkingen over belevenissen
en ervaringen tijdens zijn reis. Bij zijn terugkeer was hij door de Vendée
getrokken, waar enkele jaren eerder de boeren
tegen de revolutie in opstand waren gekomen en in een gruwelijke wraakactie waren
afgeslacht. Hij voelt het geweld nog
natrillen, en zonder de indrukken politiek te beoordelen wordt hij geraakt door
het elementaire: ‘In de streken […] heeft het
wilde en krijgszuchtige me geïnteresseerd, het zuiver mannelijke dat het
levenslicht direct uit ogen en ledematen doet uit-
gaan en dat in de emotie van de dood zich bezield voelt door virtuositeit’
(id.).’
(Bladzijde 218) Morgen verder met dit hoofdstuk 14.