Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met,
Hoofdstuk 14
‘’s Nachts in de straten en beneden in de haven bij de poorten en de
pakhuizen hele heerscharen van meisjes
van lichte zeden. Van dat alles vind je in Hölderlins brieven en berichten –
niets, alleen de versregels: ‘Op feest-
dagen gaan/ de bruine vrouwen daar/ op zijden bodem/ in de dagen van maart […]’
(MA I, 473 ev., v.17-20). Maar
Bordeaux was bij de tijdgenoten zo beroemd om zijn uitbundige levenslust dat
Wilhelm Waiblinger later de op niets
gebaseerde bewering kon opstellen dat Hölderlin in Bordeaux zedelijk
verliederlijkt was geraakt en daarom was ge-
vlucht om met zichzelf in het reine te komen.
Misschien is Hölderlin inderdaad, zoals consul Meyer hem voorspeld had, een
poosje gelukkig geweest.
Maar tweeënhalve maand later, op 10 mei, vroeg hij een pas naar Straatsburg
aan en nam een paar dagen later
afscheid van die ‘voortreffelijke man’. Zonder ruzie en onenigheid, want
consul Meyer stelde een heel positief ge-
tuigschrift op. De echte redenen voor dat verrassende vertrek kennen we niet. Er
zijn veel wilde speculaties en ge-
ruchten.’
(Bladzijde 217) Morgen verder met dit hoofdstuk 14.