Weer verder met Peter Verhelst ‘Mondschilderingen’.
‘Natuurlijk werden we gek. We wreven was tussen de handpalmen tot
honingkleurige proppen
waarmee we onze oren dichtstopten. Maar zelfs dat hielp niet. Stop je oren dicht
en je hoort de
zee. Je eigen zingende bloedsomloop.
Hoewel het stemmen waren, behandelden we ze als bijen. Imkers gingen van huis tot
huis, ge-
wapend met zakken, om de stemmen te vangen. De bewoners wezen de juiste plekken
aan,
boorden gaten en de imkers deden wat van hen werd verwacht. Duizenden witte
plastic zakken
die hermetisch afgesloten werden.
Het leek op een uitdrijving. We stonden met geheven armen op het plein te wachten
tot de wind
de zakken uit onze handen zou rukken. Wat ook gebeurde. Duizenden witte zakken
die als ballon-
nen omhooggezogen werden, over elkaar heen buitelend, een immense school kwallen
in de bran-
ding, alle kanten uit schietend, omhooggestuwd door ons geschreeuw en onze
wuivende handen.
Het geschreeuw stokte toen het gebeurde.’
(Bladzijde 23) Morgen verder met ‘Mondschilderingen’.