Weer verder met Peter Verhelst; ‘Mondschilderingen’.
‘Wie naar de wolken wil klimmen, moet eerst een put graven. En daarna opnieuw
te
voorschijn komen. Steen voor steen. Trede voor trede dichter bij de wolk. We
werkten
tot het bouwsel zich sloot als een hand rond een kinderhoofdje. We vermengden de
op-
gegraven grond met ons zweet, smeerden dat over de buitenmuren uit en lieten het
dro-
gen in de zon. Het gebouw kreeg de kleur van onze huid. Je komt binnen en je gaat
zit-
ten. Je legt de linkerhand waar je rechterbeen overgaat in de heup. Handpalm
omhoog.
Je laat de elleboog van je rechterarm rusten in die handpalm. Strekt de
wijsvinger van de
rechterhand uit. Sluit je ogen. Je voelt hoe de stemmen aan het zoeken gaan in de
vinger-
top. Hoe de trillingen door je hele lichaam gaan. Minieme veranderingen volstaan
om tel-
kens een andere stem te ontvangen. Alsof je in het geheugen van de hele wereld
bladert.
Ons geheugen.
Natuurlijk was het niet zo dat alle stemmen door de imkers waren weggehaald.
Nogmaals:
we kenden inderdaad onze klassieken. ‘Geef de koning wat de koning toekomt.’
‘
(Bladzijde 25) Morgen verder met ‘Mondschilderingen’.