Weer verder met Peter Verhelst; ‘Mondschilderingen’.
‘Handpalm omhoog. Je laat de elleboog van je rechterarm rusten in die handpalm.
Strekt de
wijsvinger van de rechterhand uit. Sluit je ogen. Je voelt hoe de stemmen aan het
zoemen
gaan in de vingertop. Hoe de trillingen door je hele lichaam gaan. Minieme
veranderingen vol-
staan om telkens een andere stem te ontvangen.
Soms hoor ik mijn eigen stem.
Soms hoor ik herinneringen die ik nog niet heb meegemaakt.
Soms hoor ik de zee opborrelen uit de grond en zie ik de muren als ijsbergen
losscheuren en
in het water neerkomen.
Soms hoor ik laarzen marcheren. Doffe klappen van vuisten op vlees.
Soms hoor ik een jongetje en een meisje miauwen.
Heel soms, op dagen dat de sterren goed staan, gedragen de stemmen zich als een
school
vissen. Nemen ze met zijn allen de vorm aan van een lichaam.’
(Bladzijde 40-41) Morgen verder met ‘Mondschilderingen’.