Weer verder met ‘Gedichten van Friedrich Hölderlin’
vertaald door Ad den Besten.
Verder met
‘De zomer
Nog is het zomertijd, en de landouwen
staan in haar glans en mildheid, vol vertrouwen.
Het groen van ’t veld ontvouwt zich in den brede,
waar ’t beekje kabblend komt omlaaggegleden.
Zo trekt de dag door bergen en door dalen
onstuitbaar er op uit en schiet zijn stralen.
De wolken wandlen rustig door den hoge, –
’t is of des zomers vreugden blijven mogen.’
(Bladzijde 397) Dit is gedicht 88. Morgen verder met ‘De tijdgeest’.