Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 2
‘ Hij stelt ‘weekheid’ van het hart op prijs, maar hij lijdt er ook onder,
omdat die hem zo kwetsbaar maakt; te snel
voelt hij zich gekrenkt, wordt van het ene moment op het andere razend, kan zelfs
kwaadaardig worden, waar hij
dan meteen weer spijt van heeft. Dat heen en weer geslingerd worden, die
onevenwichtigheid levert hem geen
vrienden op. Maar hij overdrijft. Zo alleen is hij niet. Ook in Maulbronn heeft
hij vrienden, zoals ook later mannen
en vrouwen de nabijheid van die mooie en intelligente persoon zoeken. In het
Tübinger Stift werd gezegd dat als
Hölderlin in de refter eten ging halen hij als ‘Apollo’ door het vertrek
schreed.
Er is een eenzaamheid waartoe je veroordeeld bent, en er is een eenzaamheid die
je zoekt. Onder de ene lijd je,
van de andere geniet je. Vanwege dat genot trok Hölderlin zich graag terug.
‘Weer een uur weggefantaseerd!’ schreef
hij (aan Nast, februari 1787, MA II, 398).’
(Bladzijde 32) Morgen verder met dit hoofdstuk 2.