Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 11
‘Hij geeft in bedekte termen aan dat hij bij de te verwachten gebeurtenissen
niet geheel zonder invloed zal zijn.
In die weken, waarin de revolutie verwacht wordt, werkte Hölderlin aan zijn
drama ‘Empedocles’. Pierre Ber-
taux, een van Hölderlins biografen, heeft het vermoeden uitgesproken dat
Hölderlin met dat stuk een soort ge-
legenheidstoneelstuk heeft ontworpen in het geval van een succesvolle
revolutionaire omwenteling in Württem-
berg, en hij had daarmee ook op zijn doorbraak als toneelschrijver gehoopt; zijn
financiële situatie zou dan wel-
licht eveneens verbeteren. Het werk aan dat stuk zou dus te maken hebben gehad
met directe politieke revolu-
tionaire verwachtingen en de hoop op een positieve verandering van zijn
persoonlijke leven.
Daarvoor pleit niet alleen het revolutionaire pathos, waarop we nog zullen
terugkomen, maar ook een opmer-
king tegen zijn moeder op 28 november 1798, die aantoont dat Hölderlin met dat
stuk alles op één kaart wil zet-
ten:’mijn huidige werk moet mijn laatste poging zijn, lieve moeder, langs mijn
eigen weg […] mij waarde te geven;
als die mislukt, dan zal ik rustig en bescheiden, in het meest pretentieloze ambt
dat ik kan vinden, proberen nuttig
voor de mensen te worden […]’ (MA II, 714).’
(Bladzijde 162) Morgen verder met dit hoofdstuk 11.