Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 12
‘Vergeten moeten we de kwellende resten van de dag, maar we moeten openstaan
voor de ‘heilige dronkenschap’,
het inspirerende, dat zich vermoedelijk eerder in een stille nacht dan op een
luide dag aandient. Ook het ‘stromend
woord’ heeft de bescherming van de nacht nodig, omdat het uit het onbewuste
voortkomt.
De derde strofe verdiept zich in de nacht, tot een nieuwe, andere dag begint
te schemeren. Aangekondigd werd
hij met het ‘heilige geheugen’ in de vorige strofe. Het is de herinnering aan
de verre, voorbije godendag van de Griek-
se cultuur: ‘Goddelijk vuur spoort aan ook, bij dag en bij nacht,/ Om op te
breken. Kom dan! dat wij het opene schou-
wen’ (id., v. 40 ev.).
Vanaf hier, in het midden van de derde strofe, tot aan het eind van de zesde
strofe, geschiedt het elegische en tege-
lijk hymnische oproepen van die voorbije godendag.’
(Bladzijde 189) Morgen verder met dit hoofdstuk 12.