Weer verder met ‘Hölderlin, biografie van een mysterieuze
dichter’ van Rüdiger Safranski.
Verder met
Hoofdstuk 14
‘Maar is dat genoeg? Er blijft twijfel: ‘Te lang, te lang al is/ de eer der
hemelsen onzichtbaar’ (id. v. 212 ev.).
De eerste halte op de reis zijn de plaatsen en tijden waar de hemelsen nog
zichtbaar onder de mensen leefden,
het is het droomland van de Griekse oudheid, zoals zo vaak bij Hölderlin.
‘Nabij is/ en moeilijk te vatten de god./
Maar waar gevaar is, groeit/ Het reddende ook’ (MA I, 447; v. 1-4), zo begint
de hymne, en het markeert het gees-
telijke uitgangspunt van de reis. Het reddende mag iets toekomstigs zijn, het
ligt ook in de herinnering aan een
groots verleden. Uitgenodigd en geleid door zijn genius gaat het lyrische ik op
zoek naar de verloren tijd:
[…] toen ontvoerde
Mij sneller dan ik vermoedde
En ver weg, waarheen ik nimmer
Dacht te komen, een genius mij
Uit eigen huis […]
(Id.; v. 16-20).’
(Bladzijde 224) Morgen verder met dit hoofdstuk 14.